Magnesium voor paarden: waarom is het belangrijk, en hoe zit het met de verschillende vormen?

Magnesium (Mg) is een essentieel mineraal dat paarden nodig hebben voor een goede werking van zenuwen en spieren. Magnesium fungeert als elektrolyt, speelt een rol bij de eiwitsynthese en is betrokken bij meer dan 300 stofwisselingsprocessen (waaronder het activeren van een groot aantal enzymen die betrokken zijn bij energie- en eiwitstofwisseling) in het lichaam van het paard. Het is vooral belangrijk voor groeiende en intensief getrainde paarden.
Omdat magnesium zoveel functies heeft in het lichaam, zie je in de praktijk dat vooral paarden in de groei, bij lactatie of bij zwaar werk gevoeliger kunnen zijn voor suboptimale magnesiumniveaus, bijvoorbeeld wanneer het totale rantsoen niet helemaal past.

Hoeveel magnesium heeft een paard nodig?

De basisbehoefte wordt vaak benaderd vanuit de NRC-richtlijn van ongeveer 0,015 g magnesium per kg lichaamsgewicht per dag voor onderhoud (dus zonder arbeid). Voor een paard van 600 kg komt dat neer op ongeveer 9 gram magnesium per dag. Bij arbeid loopt die behoefte op door o.a. verlies via zweet. Afhankelijk van de arbeidsintensiteit en omstandigheden kan bij lichte arbeid worden uitgegaan van circa 0,02 g/kg, oplopend tot ongeveer 0,03 g/kg bij zeer zware arbeid.
Let wel, dit zijn minimumwaarden om deficiëntie te voorkomen, geen “magische optimum-getallen”. In de praktijk draait het om de volledige mineralenbalans in het totale rantsoen, en niet om magnesium los. Er kan namelijk ook sprake zijn van concurrentie in opname bij verkeerde verhoudingen met calcium en kalium.

Veel ruwvoeders leveren in de basis voldoende magnesium om aan de minimale behoefte te voldoen, maar dat hangt sterk af van de ruwvoerkwaliteit, bodem en seizoen. Magnesiumgehaltes in ruwvoer worden beïnvloed door onder andere bodem-pH en mineraleninteracties in de bodem. Een lage pH (zuurdere bodem) vergroot de kans op een lager magnesiumgehalte in het gewas, en hoge kalium- en/of calciumlevels kunnen de magnesiumopname door de plant verstoren. Daarom is een ruwvoeranalyse in de praktijk de meest betrouwbare start.

Hoe herken je een tekort?

De meeste tekenen van magnesiumtekort houden verband met een verstoorde zenuw- of spierfunctie. Een mild tot matig tekort zal vooral merkbaar worden onder druk, zoals bij stress door vervoer of een nieuwe omgeving. Ook intensief zweten, onvoldoende zouten/elektrolyten of een enkelvoudig krachtvoer kunnen de marges kleiner maken. In de praktijk worden dan klachten genoemd zoals een verhoogde prikkelbaarheid, nervositeit, gespannen spieren, spierspasmen/trillingen of moeite met ontspannen.
Dit heeft o.a. te maken met de samenwerking met calcium. Wanneer spieren zenuwsignalen ontvangen die hen aanzetten tot samentrekking, komt calcium vrij uit bepaalde compartimenten in de cellen en verplaatst zich naar de spiervezels, waardoor deze samentrekken. Magnesium stopt de samentrekking door het calcium terug te duwen in deze compartimenten.
Daarnaast zorgt stress ervoor dat het magnesiumgehalte in het lichaam sneller daalt. Het behouden van optimale magnesiumniveaus kan helpen om het herstel na blootstelling aan een externe stressfactor te versnellen.

Bij gezonde paarden is een echte, ernstige magnesiumdeficiëntie zeldzaam. Dit wordt vooral gezien bij paarden met aandoeningen van het maagdarmkanaal (waaronder koliek), zij hebben vaak verlaagde magnesiumwaarden in het bloed. Dit wordt mogelijk veroorzaakt door verstoringen in de regulatie van het magnesium­metabolisme tijdens ziekte. Ernstige magnesiumtekorten zijn bij paarden vooral beschreven bij dieren die vanwege maagdarmproblemen zijn opgenomen in een kliniek.

Lacterende merries, met name wanneer zij gedurende langere tijd onvoldoende worden gevoerd, en paarden die intensief worden getraind, lopen het grootste risico op lage circulerende magnesiumwaarden. Het gaat vaak samen met verlaagde spiegels van andere elektrolyten, waaronder kalium en chloride. Dit kan het gevolg zijn van een verminderde voeropname, een verstoorde of onevenwichtige elektrolytensuppletie, of een verhoogd verlies van elektrolyten via het maagdarmkanaal.

Jammer genoeg is een magnesiumtekort lastig te controleren. Een standaard bloedtest is vaak geen goede optie voor het totale magnesiumniveau, omdat slechts een klein deel van alle magnesium in het bloedplasma zit en het lichaam bloedwaarden strak probeert te reguleren. Als je het echt goed wilt beoordelen, zijn gespecialiseerde methodes zoals urinaire metingen (fractional clearance) informatiever, maar die worden in de praktijk niet standaard gedaan.

Opname: waar en hoe komt magnesium het lichaam in?

Magnesium wordt vooral opgenomen in de dunne darm. Hoeveel magnesium het lichaam uiteindelijk opneemt, hangt voor een belangrijk deel af van hoeveel magnesium er op dat moment in het maagdarmkanaal aanwezig is. In grote lijnen geldt: als er meer magnesium wordt aangeboden, kan het lichaam ook meer opnemen, tot een bepaald punt, waarna extra magnesium vooral wordt uitgescheiden.

Daarbij staat magnesium niet los van andere mineralen. Het werkt nauw samen met calcium en kalium, die eveneens betrokken zijn bij spierwerking en prikkeloverdracht. Wanneer één van deze mineralen sterk overheerst in het rantsoen, kan dat de benutting van de andere beïnvloeden. Daarom is niet alleen de hoeveelheid magnesium van belang, maar vooral de balans tussen de verschillende mineralen in het totale rantsoen.

Magnesium aanvullen: wanneer kan het zinvol zijn?

Supplementatie is het meest logisch wanneer er een aannemelijke reden is dat het rantsoen onvoldoende dekt of dat de behoefte verhoogd is. Denk aan paarden die flink trainen, paarden die veel zweten, lacterende merries of situaties waarin het ruwvoer of gras weinig magnesium levert. Ook bij paarden die duidelijk onder spanning staan in lijf en hoofd kan magnesium onderdeel zijn van de oplossing, maar het is dan wel waardevol om ook het ruwvoer en de balans met andere mineralen te evalueren.

Welke vorm magnesium kies je?

Hier ontstaan de meeste misverstanden. “Oxide is slecht opneembaar” bijvoorbeeld, is vooral een menselijk probleem dat niet één-op-één naar paarden te vertalen is. In de praktijk draait het om twee dingen: (1) de biologische beschikbaarheid en (2) de concentratie elementair magnesium.


Tabel 1: Hoeveelheid benodigd voor ±5 g beschikbaar magnesium.

Vorm/verbindingBiologische beschikbaarheidConcentratie elementair magnesiumHoeveelheid benodigd voor 5g magnesium
Magnesiumoxide70%*59%12 gram
Magnesiumchelaat90%20,5%27 gram
Magnesiumcitraat45%16%70 gram
Magnesiumsulfaat70%*20%36 gram

De gegevens in deze tabel zijn gebaseerd op het gehalte elementair magnesium, en de biobeschikbaarheid n.a.v. wetenschappelijk onderzoek. Het meeste onderzoek naar de biologische beschikbaarheid van magnesium is uitgevoerd bij mensen en knaagdieren, met slechts beperkte gegevens van paarden. Gegevens van paarden worden aangeduid met een *. De opname is sterk afhankelijk is van het totale rantsoen en mineralenverhoudingen, waardoor de benodigde waarden kunnen variëren.

De tabel laat zien dat voor de meest gebruikte vormen van magnesium de biobeschikbaarheid en elementaire concentratie flink uit elkaar kan liggen. Zo is magnesiumoxide bijzonder geconcentreerd, je hebt relatief weinig product nodig om een bepaalde hoeveelheid elementair magnesium te voeren. Dat maakt het praktisch en kostenefficiënt, en verklaart waarom magnesiumoxide zo vaak wordt gebruikt. Let wel, niet alle magnesiumoxide is gelijk. De biologische beschikbaarheid wordt beïnvloed door het productieproces (calcinatie) en de deeltjesgrootte. Magnesiumoxide dat bij lagere temperaturen is gecalcineerd of grover van structuur is, kan minder goed worden opgenomen. Omdat de kwaliteit van de calcinatie niet zichtbaar is, verdient magnesiumoxide van gespecialiseerde producenten in paardenvoeder de voorkeur.

Magnesiumchelaat wordt vooral gekozen wanneer men waarde hecht aan een organisch gebonden vorm of wanneer er sprake is van een vermoedde verminderde opname, bijvoorbeeld bij een historie van maag-darmklachten. Het is een prima keuze, vooral wanneer je gericht wilt suppleren zonder hoog te hoeven doseren in grammen poeder. Chelaat heeft een zeer goede biobeschikbaarheid omdat het door het lichaam wordt herkend als een aminozuur (ofwel eiwit) en daarom sneller en makkelijker wordt opgenomen in de darm.

Magnesiumsulfaat (Epsom salt) verdient een aparte waarschuwing, omdat die vorm een laxerende werking kan hebben. Deze hoort niet standaard langdurig in een rantsoen, tenzij een dierenarts dit om een specifieke reden adviseert.

Veiligheid: kan je ook teveel geven?

Bij gezonde paarden is toxiciteit door magnesiumsuppletie zeldzaam, omdat het lichaam overtollig magnesium efficiënt kan uitscheiden via de urine. Problemen ontstaan vooral bij extreem hoge doseringen (zeker met sulfaat) of bij paarden met nierproblemen, omdat uitscheiding dan minder goed verloopt. Als bijwerking zie je in de praktijk eerder tijdelijk dunne mest/diarree dan echte toxiciteit.

Kort samengevat

energiemetabolisme bij paarden. Hoewel de meeste paarden voldoende magnesium uit hun voeding halen, kan suppletie nodig zijn voor paarden die zwaar werk verrichten of symptomen van een magnesiumtekort vertonen. Een hoge biobeschikbaarheid kan een laag elementair magnesiumgehalte niet volledig compenseren, de keuze tussen oxide of chelaat hangt vooral af van persoonlijke voorkeuren en de maag-darmgezondheid van het paard.

In het assortiment van Equi-Xcel vind je magnesiumoxide terug in de Relax, en de pure Magnesium bevat de chelaat-vorm.